Leuvense téévéé

Dagelijkse Kost verbrak alle records en herschilderde het TV-kok landschap voorgoed. De creatieve bezielers hiervan? Het Leuvense productiehuis Hotel Hungaria.

"Wanneer er niets anders op TV is dan kookprogramma's, wat doe je dan? Je maakt een kookprogramma." Met die leuze begon Hotel Hungaria aan de productie van Dagelijkse Kost. Ze vervingen de gebruikelijke kok in zijn witte schort door de guy next door, letterlijk! Leuvenaar Jeroen Meus leek de ideale persoon om achter het fornuis van een keuken te zetten waar iedereen voorbij het raam kon wandelen en efkes loeren. Het concept was erg benaderbaar en dit bleek een succesvolle zet.

De mayonaise pakte; vanaf 2012 won Dagelijkse Kost de ene TV prijs na de andere in binnen- én buitenland. In Spanje en Portugal werd het programma zelfs gedubd uitgezonden. Voor de 1000ste aflevering koos het publiek zijn Vlaamse Klassieker: stoofvlees friet. De kijkers mochten het gerecht zelf bereiden op 1 maart, Nationale Stoofvlees Friet dag, Jeroen zorgde voor het gerecht maar zonder verplichting omdat "iedereen zegt dat de zijne de beste is". Dit vat Dagelijkse Kost het beste samen: simpele gerechten, klassiekers met een twist, een goede ambiance ... en een klontje boter.